Indische mensen maken de wereld net wat mooier dan dat die is, maar dat is ook mooi. Dat maakt de wereld een betere plek. -Lana de Wit

Beroep: freelance verslaggever en presentator.

Toen je van dit ‘twijfelindo project’ hoorde wat was je eerste gedachte?

Ik hoorde het via een vriend en ik denk dat naar mate ik ouder wordt mijn nieuwsgierigheid naar mijn identiteit en achtergrond steeds meer is gegeroeid. Mijn hele leven hoor ik al vragen: ‘waar kom je vandaan, ben je Turks of ben je Hongaars of Russisch? Komt ook door mijn naam natuurlijk. Dus eigenlijk wordt je door anderen je hele leven geconfronteerd. Ik heb wel een stukje meegekregen maar niet enorm veel tijdens mijn opvoeding en dan ga je er toch naar opzoek. Dus toen ik van dit project hoorde dacht ik, dat is iets waar ik al lang over nadenk en vond het een geweldig project.

Hoe Indisch ben je

Mijn vader is in Indonesië geboren en mijn opa is daar heen gegaan voor werk voor zover ik weet. Er is nog een langere geschiedenis met Hongaarse afkomst, maar hij is geadopteerd door Nederlandse mensen dus mijn opa is dus wel weer door Nederlandse mensen opgevoed en toen naar Indonesië gegaan waar hij mijn Indische oma heeft leren kennen. Mijn oma is geboren op Java in Bandung. Mijn vader is weer geboren op Sumatra in Rengat een heel klein plaatsje.

Ze hebben daar op verschillende plekken op Sumatra gewoond en toen is mijn opa te werk gesteld aan de Birma spoorlijn samen met Wim Kan. Mijn oma is met de kinderen naar het Jappenkamp geïnterneerd in Muntilan. Na de oorlog zijn ze naar Nieuw-Guinea gegaan en heeft mijn opa een bakkerij en slachterij opgericht. Waarvan de koeien en varkens uit Australië kwamen en ze verkochten brood en vis aan de plaatselijke bevolking. Ze zijn uiteindelijk met het schip de Blitar in 1952 naar Nederland gekomen. Toen ze in maart 1953 aankwamen is mijn opa is nog zes jaar gebleven op Nieuw-Guinea

Mijn opa en oma zijn eigenlijk toen ik een jaar of acht of negen was al overleden. Je krijgt het wel een beetje mee, maar niet echt. Daar heb ik nooit echt naar kunnen vragen. Mijn vader is twee jaar geleden overleden en heel toevallig vlak voordat hij stierf heb ik eindelijk eens wat dingen opgeschreven. Waar zaten zij? Hoe heette het en het Jappenkamp? En gevraagd naar de Birma spoorlijn. Dus ik ben heel blij dat ik nu ik dingen op heb kunnen schrijven, want twee maanden later is hij overleden.

In het jappenkamp is hij in ieder geval bijna overleden, want hij en z’n zus kregen allebei Beriberi. Er is ook van mijn vader een hele mooie portret tekening gemaakt in het Jappenkamp. Mijn vader kreeg een bekertje suikerwater, want hij was toen twee of drie jaar, zodat hij stil bleef zitten. Daar is een hele mooie tekening van gemaakt. De vrouw die die tekening had gemaakt kreeg een zakje rijst als vergoeding.

Ik had mijn vader gevraagd: ‘Wat weet je nog van het Jappenkamp?’ Hij wist alleen nog dat hij naar binnen werd getrokken omdat de kogels om zijn oren vlogen.

Na de oorlog zijn ze naar Siam gegaan voor de gezinshereniging in Nakon Pathom en daar hebben ze mij opa weer ontmoet in Thailand en van daaruit zijn ze weer naar Nieuw-Guinea gegaan met de Koninklijke Pakket Maatschappij de KPM naar Hollandia. Dat zou tijdelijk zijn omdat ze terug zouden gaan naar zijn rubberplantages op Sumatra. Maar ik denk dat de plantages verwaarloosd zijn. Mijn opa zou de plantages overnemen van meneer van der Nat, maar dat is nooit gebeurd. Die meneer van de Nat is vermoord door de Ploppers. De Ploppers waren de Indonesische vrijheidsstrijders. Vandaar dat ze niet meer terug zijn gegaan.

Hoe was het voor jou om het aan je vader te vragen?

Mijn vader zat altijd vol verhalen over Indonesië en ik wilde het graag opschrijven anders ga ik het vergeten dacht ik. Maar het lastige was als ik mijn vader direct ging interviewen dan schoot hij in een soort formele modus en ging hij helemaal niet meer spontaan vertellen. Tijdens spontane momenten kwamen de beste verhalen naar boven, maar dan schreef ik het natuurlijk niet op. Ik had het eigenlijk moeten opnemen. Uiteindelijk heb ik dan wel dit opgeschreven. In ieder geval iets aan informatie maar niet veel. Ik had nog wel meer aan hem willen vragen.

Mijn vader vertelde dan dat ze in de Dessa woonden in Nieuw-Guinea. Mijn opa had op een gegeven moment gezien dat een slang een varken had opgegeten. Dat varken zat in zijn geheel in die slang en mijn opa pakte een mes uit de keuken en hakte zo de kop van die slang eraf. Dat zijn verhalen die mijn vader natuurlijk onthoudt.

Ik weet ook nog wel dat mijn opa aan de Birma Spoorlijn heeft moeten werken en daar kregen ze weinig te eten en ze werden gemarteld omdat mijn opa er nachts eropuit ging om voedsel te stelen en het bloed van de koeien te drinken om gezond te blijven.

Het rare is dat ik als kind nooit heb begrepen wat een ‘jappenkamp’ inhield, want ik had mijn associaties met een schoolkamp. Pas toen ik zelf ben gaan kijken in Thailand, bij de Riverkwai en het museum. Ik was al in de twintig en toen klikte het pas en kreeg ik door dat het eigenlijk heel erg is geweest.

Mijn opa heb ik het nooit kunnen vragen en mijn vader vertelde weleens daarover, maar ik besefte niet hoe erg dat is geweest.

Ik denk dat voor onze generatie het moeilijk is om te beseffen als je het zelf niet hebt meegemaakt.

Van mijn opvoeding weet ik dat mijn opa en oma die Indische sfeer thuis hadden. Bij ons thuis was dat niet zo, maar het grappige vond ik altijd als mijn vader Indische mensen tegenkwam, dat hij dan anders ging praten. Dat ging echt van, ‘Aduh en Lekerrr, ja’..haha. Dat vond ik zo grappig, terwijl bij ons thuis dat het helemaal zo niet was. Ik voelde wel dat ons gezin anders was dan andere gezinnen, want bij ons kon altijd alles. Als er mensen kwamen kon iedereen mee-eten. Ik weet dat bij Nederlandse vriendjes en vriendinnetjes dat we het van tevoren moesten vragen als je wilde komen eten. Bij ons kon iedereen komen, de hele buurt, om te spelen en te eten. Ik denk dat dat wel de Indische gewoonte is geweest. Als wij op schoolreisje gingen dan kregen we altijd heel veel eten mee. Iedereen had netjes twee broodjes en ik had een hele tas met eten en dan zat ik in de bus al te eten, want ik kon niet wachten. Eten was altijd heel belangrijk bij ons. Er moest altijd genoeg zijn.

Er werd niet zo veel Indische gekookt, af en toe wel nasi en als kind lustte ik nooit rijst. Ik hield niet van pittig eten dus ik was echt een aardappelvreter. Pas later ben ik rijst gaan eten. Ik vind het heerlijk nu.

Hoe was dat op school met je Indische achtergrond?

Er waren wel meer kinderen met Indische achtergrond bij mij op school. Mijn beste vriendinnetje was ook Indisch, want bij haar thuis werd altijd heel veel gebakken. Cakejes en Indische lekkernijen. Bij ons thuis niet, maar je merkt toch wel dat je naar elkaar toetrekt, hoewel ik ook niet weet of dat nou bewust was.

Ben je al naar Indonesië geweest?

Toen ik 17 was zijn we naar Indonesië gegaan. Dat vond ik echt een cultuurschok. Mijn zus en ik liepen over straat en auto’s toeterden en stopten ook en dat gaf mij een heel onprettig gevoel. Ik voelde mij heel erg Hollands. We zijn naar de geboorteplaat van mijn vader geweest in de middle of nowhere, een soort vissersplaatsje ‘Rengat’ en toen we daar aankwamen reageerde de bevolking heel vijandig tegen ons. In andere dorpjes werd je ook continu achtervolgd door kinderen, maar als je 17 bent dan vond ik dat heel ongemakkelijk. En dan wilde je een blikje cola kopen en toen betaalden we twee gulden geloof ik, we wisten al dat we werden enorm afgezet en dat vond ik ook helemaal niet leuk. In het winkelcentrum zijn we achtervolgd door een man en dan nog de onvriendelijke bevolking in Rengat.

We zagen daar ook een hele oude man op Java zwaaien met een boek met het Nederlands

Koningshuis. En mijn vader liep daar naartoe, want die had zoiets van wat is er aan de hand? De oude man sprak Nederlands en en vertelde dat in de tijd van de Nederlanders alles beter was en hij was er zo enthousiast over. Ik kreeg daar veel geschiedenis mee in Indonesië. Toen ik 17 was vond ik dat nog best moeilijk om te begrijpen. Ik voelde me niet zo erg thuis, maar Ik ben hier natuurlijk ook opgegroeid.

 

Verdwijnt de Indische cultuur of is het springlevend?

Nu is het er nog. Er zijn te veel mensen die er banden mee hebben. Ik denk dat het wel zo langzamerhand minder zal worden.  Als ik wat oudere mensen zie vind ik het heel fijn die Indische mensen te ontmoeten die nog van Nederlands-Indië komen en daar geleefd hebben. Daar voel ik nog zoveel affectie voor omdat ik het herken, maar ik ben me er ook heel erg bewust van dat het een uitstervend soort is eigenlijk. Dat vind ik heel jammer, maar dat gaat wel gebeuren. Onze generatie en misschien de generatie erna zal er nog wel mee bezig blijven, omdat er een band zit in je bloed. Maar de gebruiken, ja ik weet het niet… ik vrees wel dat het minder gaat worden.

Hoe eet jij je rijst?

Met een vork en een lepel eet ik mijn rijst.

Heb je nog een lievelingsgerecht, of -snack.

Nee, ik eet zelf geen vlees, maar ik houd van Tempeh en Tahoe, als het maar lekker pittig is.

Indische mensen maken de wereld net wat mooier dan dat die is, maar dat is ook mooi. Dat maakt de wereld een betere plek.

Wat ik heb meegekregen van de Indische cultuur is denk ik dat Indische mensen de wereld soms een beetje mooier maken dan die is in hun verhalen en wat ze vertellen. Ik begon net als journalist als tv-verslaggever bij een regionale omroep en ook bij SBS en ik weet nog dat mijn vader aan iedereen vertelde dat ik voor nationale tv werkte en dat ik vaak op tv was en in zijn ogen had ik het al gemaakt. Voor mezelf stond ik nog aan het begin van mijn carrière, maar hij vertelde aan iedereen aan wat ik wel niet had bereikt. Ik denk dat het iets Indisch is. Indische mensen maken de wereld net wat mooier dan dat die is, maar dat is ook mooi. Dat maakt de wereld een betere plek.

Facebook Comments

By |2018-06-06T00:40:44+00:00juni 6th, 2018|Blog, Interviews|0 Comments

About the Author:

Wilhelmina Beckman-Lapre een Indische vrouw, want haar overgroot oma was een inheemse geboren in voormalig Nederlands-Indië getrouwd met erkende Indo Joram Ello. Zij kregen 5 kinderen waaronder mijn vader Frederick Willem Ello (Yogdjakarta) een opgeleide timmerman die verliefd is geworden op een Indonesische vrouw van het eiland van oorsprong van mijn opa. (West-Timor,Rote). Op 28 jarige leeftijd is hij pas naar Nederland gekomen in '72 en later mijn moeder. Mijn Indische familiegeschiedenis is een moeilijk te achterhalen verhaal, maar met familieverhalen van andere Indo's blijf ik mijn roots ontdekken.

Leave A Comment