‘Ik kan wel zeggen dat ik de Indische cultuur een verrijking vind van mijn leven.’ #TwijfelindoSeries 10 – Lieneke Bos

(27) Beroep: Psychiatrisch verpleegkundige, UMC, Utrecht.

Toen je hoorde van dit ‘Twijfelindo-project’, wat was toen je eerste gedachte?
Ik was heel enthousiast over het feit dat er aandacht is voor de Indische cultuur. Het zette me gelijk aan het denken. In eerste instantie dacht ik dat de Indische cultuur nog springlevend is, met name als ik voor mezelf spreek en voor mijn familie, dus in eigen kring. Toen ik er langer bij stilstond, realiseerde ik me dat de Indische cultuur in de samenleving toch een beetje aan het uitsterven is. Als ik kijk naar mijn dochter, dan vraag ik mij af in hoeverre zij er later nog iets van zal weten.

Waar denken mensen om jou heen dat jij vandaan komt?
Mensen die mij ontmoeten denken allemaal iets anders. Sommigen weten meteen: jij bent Indisch. Anderen denken dat ik Japans of Chinees bloed heb, en weer anderen zien helemaal niet dat ik gemengd bloed heb, die zijn verbaasd als ik dat vertel.

Wat antwoord je als die vraag je wordt gesteld?
Als het mij wordt gevraagd zeg ik meestal dat ik Indisch ben, dat mijn vader Indisch is. Vaak is de volgende vraag dan: hoeveel Indisch ben je dan?

Hoe Indisch ben je?
Dat weet ik niet precies, ik geloof een kwart of iets dergelijks, maar ik heb altijd geleerd: een Indo is een Indo, dus ongeacht hoeveel Indo. De ouders van mijn vader zijn geboren in Indonesië.

Waar komen je grootouders vandaan?
Mijn opa komt van Sumatra (Bukitingi) en mijn oma van Java (Bandung). Mijn opa had een Nederlandse vader uit Spakenburg.  Mijn vader is dus een halfbloed. Mijn moeder is helemaal Nederlands.

Leven je grootouders nog?
Nee, helaas niet. Ik heb ze wel gekend.

Vertelden je grootouders wel eens wat over Nederlands-Indië?
Mijn oma vertelde mij alleen over de leuke dingen van die tijd. Dat zij veel ging dansen met haar zussen, en muziek maken, en dat zij een mooi groot huis hadden, met een grote tuin. Het was best wel beperkt wat ze vertelde. Ik was helaas te jong om daar goede vragen over te stellen. Als ze nu nog hadden geleefd had ik ze andere vragen gesteld. Ik was 12 toen mijn opa overleed en 21 toen mijn oma overleed.

Ben je al eens in Indonesië geweest?
Ja, twee keer: in 2007 met een groot deel van mijn familie, en de laatste keer was in 2011. Toen ben ik daar drie maanden geweest met mijn vriend. Het waren bijzondere reizen. We bezochten ook speciale plekken, zoals de erebegraafplaatsen waar mijn overgrootvaders begraven liggen. Toen ik daar was, probeerde ik ook herkenning te vinden in de cultuur en het temperament van de lokale bevolking. Die heb ik niet heel veel gevonden, ik denk dat dat te maken heeft met de armoede waarin mensen daar leven, en die wij als westerlingen gewoon niet kunnen bevatten. Daar ben ik wel van geschrokken. Wel kwamen de uiterlijke kenmerken erg overeen. Zo zag ik bijvoorbeeld overal mijn oma of vader lopen. Oh, en natuurlijk vond ik ook herkenning in het eten! Ik denk dat ik, voor ik naar Indonesië ging, teveel het beeld dat mijn oma mij altijd heeft geschetst in mijn hoofd had. En dat was Indië, niet Indonesië. Evengoed heel mooi hoor!

Wat zijn momenten waarop jij je Indisch voelt?
Eigenlijk altijd als ik met familie ben. Wij vieren verjaardagen best wel groots. Er staat altijd veel eten op tafel en er wordt vaak muziek gemaakt of gedraaid, en dan heb ik wel eens momenten dat ik me realiseer hoe fijn ik het vind om deze cultuur te hebben. Dat herken ik niet helemaal van verjaardagen van bijvoorbeeld mijn vriend. Dat is een Hollands gezin en op die verjaardagen gaat het toch wel anders toe. Niet minder gezellig, zeker niet! Maar het geeft wel elk een ander gevoel. Ik kan wel zeggen dat ik de Indische cultuur een verrijking vind van mijn leven.

Hoe ervaarde je dat op je werk?
Ik ben op mijn werk de enige die iets van ander bloed heeft. Dat krijg ik ook regelmatig te horen. Daardoor blijf je je ervan bewust dat je iets anders bent dan anderen. Dat vind ik alleen maar leuk. Collega’s maken vaak grapjes over mij, zeggen bijvoorbeeld dat ik altijd rijst eet thuis. Mijn reactie daarop is dat ik een rijsttafel voor mijn hele team ga koken. Ik vind het leuk om dat te delen.

Dit boek staat voor mij symbool voor het feit dat het mijn opa en oma nooit is gelukt om te praten, maar dat zij diep in hun hart wel wilden vertellen.

Is er iets tastbaars dat jou verbindt met het Indisch-zijn?
Ik heb wel tastbare dingen in huis, maar die zijn niet per se symbolisch. Ik heb bijvoorbeeld een sapolidi (om vliegen te vangen) en een orang malu. Dat soort dingen heb ik wel in mijn inrichting. Ik heb de batik kleding van mijn oma nog. Dat soort spullen heb ik veel. Verder heb ik een voor mijn familie heel speciaal boek dat Achter de kawat heet. Dat boek is op de zolder van mijn opa en oma gevonden na het overlijden van mijn opa. In het boek zat een briefje met daarop geschreven: ‘Aan mijn kleinkinderen, opdat zij weten hoe opa in de jaren 1942-1945 de Japanse krijgsgevangenschap heeft doorgemaakt’. Dit boek staat voor mij symbool voor het feit dat het mijn opa en oma nooit is gelukt om te praten, maar dat zij diep in hun hart wel wilden vertellen. In het boek staan foto’s en verhalen over het leven in de kampen. Mijn ouders hebben stad en land afgestruind om uiteindelijk alle kleinkinderen een exemplaar van dit te boek te kunnen overhandigen.

Verdwijnt de Indische cultuur of is die springlevend?
Ik dacht eerst dat die springlevend was, vooral wanneer ik binnen mijn familie keek. Maar als ik er langer over nadenk, en met ook mijn eigen dochter in het achterhoofd, vraag ik me toch af wat er nog van overblijft. Ik denk wel dat ik daarin zelf iets kan betekenen, door haar dingen te vertellen en mee te geven. Maar als ik kijk naar mijn eigen generatie denk ik dat het nog wel leeft. Als ik bijvoorbeeld terugdenk aan de tijd dat ik een jaar of veertien was, toen zochten we elkaar allemaal op, droegen we Indo-embleempjes  op onze kleding en gingen we samen naar de ‘I love Indo’-feestjes. Dat is wel anders nu ik ouder ben, maar het is er nog steeds wel binnen mijn familie, in de inrichting van ons huis, dat ik altijd naar de Pasar Malam ga en hoe ik omga met de Indische vriendinnen die ik heb. Voor mijn eigen gevoel leeft het dus wel. Het is alleen niet meer zo’n gemeenschap als het eerder misschien wel was. Het blijft nu binnen familie en vrienden. Zo’n project als dit zou van mij wel meer mogen eigenlijk.

Hoe eet jij je rijst?
Met een lepel.

Wat is je lievelingsgerecht?
Vroeger was het altijd pastei. De vulling van een pasteitje in een grote ovenschaal met een laagje aardappelpuree eroverheen uit de oven. Tegenwoordig vind ik gado gado wel het lekkerst. Verder maakt mijn vader de lekkerste rempeyek ikan teri!

Zou je zelf nog wat willen zeggen?
Er wordt altijd gezegd dat Indische mensen bescheiden en ingetogen zijn. Daar heb ik veel over nagedacht. Mijn vader is bijvoorbeeld ook een stille man en erg op zichzelf, maar ik denk dat het anders ligt. Dat het te maken heeft met het trauma dat mijn opa en oma hebben gehad en over hebben gebracht op hun kinderen, en dat dat maakt hoe hij is geworden. Wat ik dan leuk vind om te benoemen is dat wij als derde generatie erg ons best hebben gedaan om daarin iets te doorbreken, en ik merk dat het ook echt werkt bij mijn vader. Dat wij altijd veel tegen hem zijn blijven praten en vragen bleven stellen, en dat het dus ook echt lukt, dat hij  steeds meer is gaan vertellen. Ik vind het nog steeds jammer dat ik dat nooit bij mijn opa en oma heb kunnen doen. Dat ik daar nooit doorheen heb kunnen breken. Ik weet niet of dat überhaupt kon, of dat zij daarvoor niet te getraumatiseerd geweest zijn. Eigenlijk hoor ik dat ook altijd van Indische vrienden terug, dat hun opa’s en oma’s altijd zwegen. Dat maakt dat ik dan denk: ingetogen, bescheiden? Misschien ook wel de mond gesnoerd door het enorme verdriet van de oorlog.

Dit interview is onderdeel van het Twijfelindo Project en Boek 2015/2016. Het boek is vorig jaar uitverkocht en de 2de druk is inmiddels verkrijgbaar alleen via deze webshop. Schrijf je in op de nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van deze serie, blogs en nieuwe vervolg projecten die dit jaar gaan verschijnen

Facebook Comments

By |2018-05-02T01:26:47+00:00mei 2nd, 2018|Blog|0 Comments

About the Author:

Wilhelmina Beckman-Lapre een Indische vrouw, want haar overgroot oma was een inheemse geboren in voormalig Nederlands-Indië getrouwd met erkende Indo Joram Ello. Zij kregen 5 kinderen waaronder mijn vader Frederick Willem Ello (Yogdjakarta) een opgeleide timmerman die verliefd is geworden op een Indonesische vrouw van het eiland van oorsprong van mijn opa. (West-Timor,Rote). Op 28 jarige leeftijd is hij pas naar Nederland gekomen in '72 en later mijn moeder. Mijn Indische familiegeschiedenis is een moeilijk te achterhalen verhaal, maar met familieverhalen van andere Indo's blijf ik mijn roots ontdekken.

Leave A Comment