‘Oh ja, maar ik hoor hier eigenlijk ook niet echt thuis’ – Jessica de Rooy

Dit interview is onderdeel van het Twijfelindo Project en Boek 2015/2016. Het boek is vorig jaar uitverkocht en de 2de druk is nog een kleine oplage beschikbaar. Bestel het laatste exemplaar van de gelimiteerde oplage hier

Jessica de Rooy (26) Beroep: Personeelsplanner.

Toen je van dit ‘Twijfelindo’ project hoorde, wat was je eerste gedachte?

Eigenlijk wel heel gaaf. Ik vind mijzelf ook wel een Twijfelindo. En ik denk wel dat dit project sowieso goed is voor de Indo’s zelf, dat zij ook weten dat het voor andere mensen nog leeft, of misschien ook wel niet. Maar ook voor andere mensen dan de Indo’s, want ik heb een beetje het idee dat de Indo’s een soort vergeten groep zijn. Dus ik hoop dat het met dit project weer een beetje tot leven komt.

Oke, want mensen zien niet direct aan jou dat je ook Indische roots hebt?

Nee, het zijn de Indo’s die het wel zien en vaak zien ook wel andere buitenlandse mensen dat ik buitenlands ben, maar ik ben ook vaak Turks of Spaans genoemd. Mijn vriend dacht in het begin dat ik gewoon een brunette was. Dus nee, het wordt niet echt gezien. En vaak zijn het dan inderdaad de Indo’s die het wel zien, die zeggen: ‘ja, ik zie het aan je ogen’. Maar ik ben heel erg bleek, zeker vergeleken met veel andere Indo’s. Dus mensen denken gewoon dat ik bruin haar en bruine ogen heb, maar dat ik gewoon Nederlands ben.

En wat antwoord jij zelf meestal op die vraag?  

Ik zeg altijd dat ik Indisch ben. Dat is er een beetje ingepompt vroeger. Want mijn vader komt uit Indonesië dan, en we zijn redelijk met Indische gewoontes opgevoed. En hij is ook best wel trots dat hij uit Indonesië komt. Ik weet niet in hoeverre je trots kunt zijn op een afkomst, maar ik heb ook wel een beetje dat gevoel, dat ik trots ben op mijn Indische roots, en dat vind ik dan ook mooi om te vertellen aan andere mensen.

En waar is je vader geboren?

In Bogor.

En wanneer kwam hij naar Nederland?

Hij kwam naar Nederland toen hij zeven of elf was. En hij is in 1950, geloof ik, geboren. Ik geloof dat hij zeven was. En toen is hij met zijn ouders naar Nederland gekomen, met de boot. Hij heeft nog een halfzus en zij is in Indonesië gebleven.

En zijn ouders, die komen ook uit Bogor?

Ja, zijn ouders komen ook uit Bogor.

En heb je hen nog gekend?

Ja. Zij zijn al wel allebei overleden. Zij zijn in leven geweest tot ik ongeveer een jaar of 12, 13 was. En dat waren wel echt Indische mensen. Mijn oma heeft ook nog Chinees bloed en mijn opa heette de Rooy, dus hij heeft ook nog Nederlandse voorvaders. Maar het is dus echt een mengelmoes en ik weet dus ook niet echt in hoeverre ik Indonesisch bloed heb. Maar het is echt Chinees, Nederlands en Indonesisch.

Hebben je grootouders verteld over het leven in Nederlands-Indië? 

Nee, voor zover ik weet eigenlijk helemaal niets, maar het kan ook zijn dat ik het misschien niet meer weet, omdat ik best wel jong was. Maar ik heb het idee dat zij daar niet graag over vertelden. Ik denk ook niet dat zij nog terug zijn geweest nadat zij naar Nederland zijn gekomen. Maar het zit een beetje in de familie om moeilijke tijden niet te bespreken. Mijn vader vertelde wel eens over Indonesië, maar redelijk oppervlakkig. Maar ik heb nooit met mijn opa en oma over, bijvoorbeeld, de oorlog gesproken. Je hoort dan achteraf dat ze in een Jappenkamp hebben gezeten, maar dat had ik nooit van hen gehoord. Maar hele stille mensen eigenlijk, die daar eigenlijk niet zo over vertelden.

Dus het Indische dat je hebt meegekregen is voornamelijk van je vader?

Ja.

Wat krijg jij eigenlijk van hem dan mee over Indië?

Nou, hij heeft er natuurlijk best wel kort gewoond, maar hij is dol op Indonesië. Dat is gewoon zijn trots en hij idealiseerde Indonesië ook een beetje: alles is mooi in Indonesië, het eten is lekker, de mensen zijn leuk, het weer is fijn. Dus dat was eigenlijk gewoon alleen maar positiviteit. En ik denk dat hij wel veel heeft meegekregen van mijn opa en oma, over het laatste gedeelte in Indonesië dan, maar dat heeft hij nooit met ons gedeeld. Dus het was alleen maar positieve verhalen over Indonesië eigenlijk.

Ben je al eens naar Indonesië geweest? 

Ja, ik ben met mijn vader en mijn zussen en zijn vriendin in Indonesië geweest in 2001. Dus dat is voor mij redelijk lang geleden, toen was ik ook best wel jong, toen was ik 11. Toen zijn we ook naar zijn oude huis geweest. Mijn tante woont nog in Indonesië, dus we hebben daar ook familie ontmoet. En we hebben een reis gemaakt over Java en Bali. Op Bali zijn we in het hele toeristische stuk geweest. Maar ik ga over twee weken weer naar Indonesië, dit keer met mijn vriend.

‘Oh ja, maar ik hoor hier eigenlijk ook niet echt thuis’

Hoe was dat dan, voor het eerst, om dat mee te maken?

Ja, eigenlijk wel bijzonder. Je gaat er wel met een hele andere instelling naar toe, omdat je nog zo jong bent natuurlijk, het is dan ook gewoon een vakantie. Maar het was wel heel bijzonder om te zien waar hij heeft gewoond, waar hij naar school is geweest, om je familie te ontmoeten die Indonesisch spreekt en waar je dus eigenlijk niet mee kan communiceren. Dat je dat gedeelte ook nog hebt en als je dan het land ziet en dat in combinatie brengt met die verhalen, dan gaat het echt een beetje leven. Aan de ene kant ga je je dan meer identificeren met het land, terwijl ik dat eigenlijk altijd al wel een beetje deed, maar aan de andere kant zie je natuurlijk ook Indonesië, dat zó compleet anders is dan Nederland, waardoor je denkt, ‘Oh ja, maar ik hoor hier eigenlijk ook niet echt thuis’. Dus dan krijg je een beetje het idee dat je er soort van tussen in valt. Maar ik denk sowieso dat de Indo’s tussen Nederland en Indonesië in vallen.

Nu heb je ook meer dat gevoel erbij?

Ja. Aan de ene kant heb je heel veel herkenning en heel veel het idee ‘oja, ik kom hier vandaan’. Ook al ben je daar niet geboren, maar het idee ‘mijn familie komt daar vandaan’. Aan de andere kant voel je je ook heel erg Westers en helemaal dáár, waardoor je je dan dus inderdaad ook niet echt thuis voelt. Dus aan de ene kant wel en aan de andere kant niet.

Hoe was dat eigenlijk vroeger voor jou op school, om als Indo op te groeien?

Mensen zagen het niet echt aan mij, dus ik heb me nooit echt buiten gesloten gevoeld of iets dergelijks. Ik heb me altijd gewoon als één van de kinderen gevoeld. Op een gegeven moment was er op de middelbare school een periode dat het heel erg cool was om Indisch te zijn en dan had je dus een vriendengroep met andere Indo’s en dan ging je je ook echt identificeren als een Indo, met embleempjes oplopen en dat soort dingen.

Waar heb je op school gezeten?

In Apeldoorn. En daar was dan een klein groepje met Indische jongeren en daar hoorde je dan soort van bij omdat je toevallig een vader uit Indonesië had. Maar voor die tijd voelde je je niet per se anders dan anderen. Omdat andere mensen jou ook niet zo identificeerden.

Speelt jouw Indische achtergrond nu nog een rol in je carrière?

Nee, dat denk ik eigenlijk niet. Ik werk in een bedrijf waar heel veel verschillende nationaliteiten werken en dat is gewoon zo. Je wordt niet bekeken naar, waar kom jij vandaan en waar kom jij vandaan? En wat ik zeg, mensen zien het gewoon niet aan mij. En ik heb ook niet per se de behoefte om te vertellen ‘ik ben Indisch’, als daar niet naar wordt gevraagd. Dus ik merk ook niet in mijn werkleven dat dat anders voor mij zou moeten zijn.

Heb je iets tastbaars dat jou verbindt met het Indisch-zijn? 

Ik heb een wayang-pop thuis. Ik heb zo’n masker, ik weet niet de benaming ervan. Het is van een Balinese god of iets dergelijks, van dat spel. Dus dat heb ik thuis en dat heb ik echt meegekregen van huis uit, er waren altijd Wayang-poppen en dat soort dingen thuis. Kretek hebben we thuis liggen. Ik denk niet dat mijn vader thuis een kris heeft, maar het zit wel in de familie. Maar dat is dan een beetje eng, daar worden dan enge verhalen over verteld, dus dat wil ik ook niet in m’n huis hebben. Maar dat soort dingen. Dus ik heb wel dingen in huis die mij aan Indonesië doen denken.

Verdwijnt de Indische cultuur of is deze juist aan het opleven denk je

Ja, vind ik lastig om te zeggen. Ik denk dat het binnenshuis nog heel erg leeft onder families. Ik denk ook dat mensen zich heel erg Indisch voelen, maar misschien de generatie die na mij komt, dat het alweer wat minder is. Afhankelijk van natuurlijk wie je partner is, als je een Indische partner hebt is dat natuurlijk anders. Maar hoe meer de Nederlandse cultuur naar voren komt in een familie, denk ik dat het toch wel minder wordt. Ik merk aan mezelf ook dat ik nu bijvoorbeeld minder Indisch eet en ik zie mijn Indische familie minder, dus dan ben je er ook minder mee bezig. Ja, en ik denk echt dat het misschien ook wel per familie verschilt, hoe erg je je verbonden voelt met Indonesië. Maar ik hoop wel dat als ik kinderen krijg dat ik hen ook weer wat mee kan geven over Indonesië en dat ik ze ook mee kan nemen naar het land waar hun opa dan weer vandaan komt. Dus ja, dat bedoel ik dat het lastig is om te zeggen. Ik denk dat het toch wel wat meer zal verwateren, maar ik denk wel ook dat mensen hun best blijven doen om het levend te houden binnen de familie. Ik denk minder naar buiten toe, naar de samenleving toe, maar dat het binnenshuis nog wel heel erg sterk is.

Hoe eet jij je rijst? 

Met een lepel. En ik probeer daarnaast m’n rijst ook zo lang mogelijk wit te houden, dus rijst, groente, vlees apart en dan alles op m’n lepel.

Wat is je lievelingsgerecht of -snack? 

Ik vind alles dat mijn moeder maakt lekker, zij heeft het van mijn Indische oma geleerd. Het liefst eet ik saté ayam, en voor lemper kan je mij ook wakker maken.

Dit interview is onderdeel van het Twijfelindo Project en Boek 2015/2016. Het boek is vorig jaar uitverkocht en de 2de druk is nog een kleine oplage beschikbaar. Bestel het laatste exemplaar van de gelimiteerde oplage hier

By |2019-01-09T19:42:17+01:00januari 7th, 2019|Blog|0 Comments

About the Author:

Wilhelmina Beckman-Lapre een Indische vrouw, want haar overgroot oma was een inheemse geboren in voormalig Nederlands-Indië getrouwd met erkende Indo Joram Ello. Zij kregen 5 kinderen waaronder mijn vader Frederick Willem Ello (Yogdjakarta) een opgeleide timmerman die verliefd is geworden op een Indonesische vrouw van het eiland van oorsprong van mijn opa. (West-Timor,Rote). Op 28 jarige leeftijd is hij pas naar Nederland gekomen in '72 en later mijn moeder. Mijn Indische familiegeschiedenis is een moeilijk te achterhalen verhaal, maar met familieverhalen van andere Indo's blijf ik mijn roots ontdekken.

Leave A Comment