‘een interview van tien minuten, is dat het wel waard om daar een uur voor heen en weer te rijden?’ Wat is dat op een mensenleven, als je jezelf kunt omarmen zoals je bent – Olga Verburg

(33)  Toen je van dit ‘Twijfelindo-project’ hoorde wat was toen je eerste gedachte?
Wat is tegenwoordig een echte Indo, wat betekent dit voor mij en wat zal de identiteit van mijn toekomstige kinderen worden. Alles verandert snel en het verleden ligt steeds verder achter ons en Indo’s zullen mee veranderen. Ik had twee gedachten. Enerzijds dacht ik vanuit een bepaalde sceptische houding, dát heeft niets met mij te maken, daar ga ik niks mee doen en anderzijds dacht ik, ik hoop dat dit een project is dat een product aflevert waar heel veel mensen op een positieve manier naar kunnen kijken, waar iedereen zich welkom bij voelt. Ik ben heel benieuwd naar al die hoofden op een rij. Het doet me een beetje denken aan de allereerste keer dat ik naar de Pasar Malam ging en allemaal Indo’s bij elkaar zag. Ik ben heel erg benieuwd naar alle verhalen en de gelaagdheid. Ik kan er bijna niet op wachten.

Waar komen je ouders en grootouders vandaan? 

De ouders van moederskant komen van Java. Mijn opa is Indo, mijn grootmoeder blank. Zij is haar eerste echtgenoot verloren en is hertrouwd met mijn opa. Er schijnt een baby geweest te zijn. Het is een beetje een verstandshuwelijk geweest.

Wat ik erg interessant vind aan mijn familiegeschiedenis: doordat een stel Nederlanders handel zijn gaan drijven en naar de andere kant van de wereld zijn gegaan en er een hele volksverhuizing vanuit Nederland die kant op plaatsvindt na een oorlog, hebben twee mensen elkaar gevonden en zijn getrouwd en hebben mijn moeder gekregen.

Dat je als het ware een product bent van de Oost-Indische Compagnie, onderdeel van de Nederlandse geschiedenis, waar Nederland zo rijk door is geworden, maar waar Nederland heel weinig van weet, dat levert een aantal vragen op.

Een keer in de zoveel tijd ga ik naar het Rijksmuseum en dan kijk ik naar De Nachtwacht naar de kleding, de versierselen en dan denk ik: ‘Waar komt dat nou vandaan, hoe is dat verdiend?’ en ‘Waarom is Nederland een eerste wereldland en is de derde wereld, de derde wereld?’

Ik kijk daar naar, omdat ik dat interessant vind, om te zien wat migratie doet en handelsgeest. Maar ook omdat ik in mijn jeugd een bepaald gemis heb ervaren. Dat mijn moeder verdriet heeft, dat er zes ooms in Amerika wonen. Ik besefte als kind niet, dat wanneer je je moeder op een vliegveld ziet staan, dat ze haar broers mist en ik snapte haar zoektocht niet zo goed, en daar valt ook niet dichtbij te komen.

Daar ga je op een bepaalde manier met een kinderlijke fantasie invulling aan geven en dat maakt het moeilijk om dichter te komen bij wie je bent. Daar zijn best wat jaren met vraagtekens aan vooraf gegaan. Voor mezelf kan ik zeggen en zeker wanneer ik er met mijn broer over praat, dat wij voor 95% Nederlands zijn en dat er een bepaald exotisch vleugje overheen zit, maar de zachtaardigheid, de gastvrijheid en de warmte die daarmee gepaard gaan en de mooie herinneringen als kind, dat je bij familie over de vloer komt, dat warme bad, dat wil je doorgeven.

Er is niet veel kennis meer qua eten, er is niet veel cultuur, maar dat je bij elkaar binnen kunt lopen en altijd welkom bent, zelfs bij neven en nichten in Amerika waar ik niet mee ben opgegroeid; je bent daar welkom en dat is heerlijk.

Ik kan niet zeggen dat ik me thuis voel in de Indische gemeenschap in Nederland. Dat heb ik als gemis ervaren als kind, dat ik niet ‘bruin genoeg’ was. Maar dat je op bepaalde momenten ook wel geconfronteerd werd met ‘bruiner zijn dan blonde kinderen’. Voor mij zijn we een mooi product van een gedeelde geschiedenis. Als ik kinderen krijg zal ik ze dat meegeven, in plaats van ‘Indo’s tonen hun emoties niet’, heel dogmatisch. Of ‘bij ons is er altijd lekker eten’.

De Indische cultuur is enigszins hybride en het beste wat ik als Indo te bieden heb, is dat ik heel erg nuchter ben, erg hard kan werken, maar ook zachter ben, een groter empathisch vermogen heb. En dat empathisch vermogen helpt me veel. Dat maakt ook dat ik naar mijn familie kan kijken en dat ik als ik bijvoorbeeld een stel bejaarden bij elkaar zie eten alsof ze net de oorlog uit komen en jaren ontberingen hebben geleden, terwijl zij aan hun vijfde portie beginnen, daar toch empathie voor kan tonen en ik kan ook het zo laten, mensen in hun waarde laten.

Ik heb een multiculturele relatie en ik denk dat het voor iedere mengvorm, elk persoon die zich daar verbonden mee voelt, anders is, maar mijn acceptatie voor mijn ‘gekleurde’ vriend en zijn achtergrond, het begrip voor mijn eigen familie en de samenkomst daarin, dat vind ik heel mooi. Dat zou ik willen vastleggen voor het nageslacht. Er is voor mij geen vaste definitie van een Indo. Die mevrouw die zich vanbinnen compleet bij de Indische maatschappij aangesloten voelt en er van buiten blond uitziet, dat was voor mij wel een keerpunt.

Ik dacht: ‘een interview van tien minuten, is dat het wel waard om daar een uur voor heen en weer te rijden?’ Wat is dat op een mensenleven, als je jezelf kunt omarmen zoals je bent, zonder vraagtekens, zonder negativiteit.

Ik dacht: ‘een interview van tien minuten, is dat het wel waard om daar een uur voor heen en weer te rijden?’ Wat is dat op een mensenleven, als je jezelf kunt omarmen zoals je bent, zonder vraagtekens, zonder negativiteit. De lading van een oorlog wegnemen en gewoon kijken naar je eigen levenspatroon, dat vind ik heel erg mooi.

Het klinkt alsof je veel puzzelstukjes niet hebt kunnen invullen, alsof je niet achter het verhaal kunt komen van je eigen familie, klopt dat?
Deels, er wordt wel gesproken, maar iedereen heeft een andere variatie. Mijn overgrootmoeder schijnt een schoonheid geweest te zijn. Ze woonde naast een school en één van de jongens van die school was nogal gecharmeerd van haar. Hij heeft geprobeerd haar te verleiden en toen zij weigerde is zij vermoord door hem. Een tragisch maar waar familieverhaal.

Alleen de één zegt dat de moordenaar is opgehangen. De ander pleitte dat hij wilsonbekwaam was en in een gekkenhuis is gestopt. Weer een ander zegt dat de gek is ontsnapt en daarna opgepakt en alsnog opgehangen. Die inconsistentie.. Als er informatie wordt gegeven is die heel summier en het verschilt elke keer.

Daardoor heb ik niet meer de behoefte om te graven en elke keer weer een ander verhaal te horen. Over een aantal jaar zijn vele familieleden er niet meer, ze zitten veelal in Amerika en zijn ouder. Ik heb een aantal gesprekken met hen gevoerd. Ik begrijp waarom mijn grootouders tot elkaar zijn gekomen, waarom zes van de zeven ooms naar Amerika zijn geëmigreerd, hoe ze zich daar gevestigd hebben en hoe ze met elkaar leven.

Hoe heeft al het voorgaande bijgedragen aan je eigen identiteit?
Het heeft altijd voor een stukje onrust gezorgd, want ik vraag me wel eens af; als mijn oma niet had gezegd tegen mijn moeder: ‘Ik ben wit, dus jij bent mijn witte dochter, omdat ik wit ben, is dit jouw identiteit’, hoe was het dan geweest.

Een stukje zoeken naar die Indische identiteit, want ik ben dus opgevoed door iemand die behoorlijk getraumatiseerd is. Als dát anders was geweest, dan was er relaxter met de Indische identiteit omgegaan en dan was ik minder op zoek geweest naar antwoorden.

Het is heel frustrerend geweest als kind, want je speelde dan met Indische meisjes die zeiden: ‘Jij bent geen Indo, want jij bent te wit’, en dan voel je een bepaalde drang om daar bij te horen. Aan de andere kant ben ik wel eens heel bruin van vakantie teruggekomen en toen riep een hoogblond klasgenootje ‘Nigger’ tegen mij, omdat ze boos was op mij, en dan dacht ik maar dat klopt ook niet.

Dat balanceren tussen twee werelden voor je gevoel, dat heeft best voor vraagtekens gezorgd. Dat heb ik niet meer. Ik heb bijvoorbeeld in Suriname gewoond voor een halfjaar en daar was ik die ‘witte’ en dan gingen de Surinamers mij vertellen hoe het écht was. Daar moet ik wel een beetje om lachen, want dat doet mij denken aan al die ooms en tantes op verjaardagen, die ook van alles te vertellen hadden. We zijn toen vanuit Suriname gaan backpacken door Zuidoost-Azië. Dan kom je letterlijk tussen twee werelddelen; de Surinaamse maatschappij is wat harder dan zachtaardig Birma en Laos waar je dan bent.

Ik voel dan wat voor het exotische in Suriname, maar ik voel veel meer voor dat zachtaardige en dat natuurlijke; bijna als hoe water stroomt, zo loopt het leven in Azië. Met name het contrast tussen die twee werelddelen maakt dat ik beter begrijp wie ik ben, dus ik waardeer mijn Hollandse nuchterheid, maar ik omarm ook het zachte, afwachtende en observerende. Dat iedereen welkom is en dat je geen mening hoeft te hebben en/of dat je je mening voor je houdt.

Je hebt besloten om de positieve eigenschappen van de Indische kant in jezelf terug te herkennen?
Niet te herkennen. Soms heb ik nog wel dagen dat ik me afvraag: als de geschiedenis anders was gelopen, wie was ik dan en was ik er überhaupt geweest? Maar als het altijd vanaf een beladen perspectief benaderd wordt, dat voel je als kind, je voelt dat je moeder verdrietig is, dan denk ik dat het op een bepaald moment ook tijd is om dat los te laten. Ik kan het niet oplossen voor haar. Zij is een goede moeder, maar heeft de emotionele voeding, waar een kind ook naar verlangt, daar heb ik mijn vraagtekens bij; als ik kinderen heb, dan zal ik dat anders doen, maar ik kan niks met de negatieve emoties die dat oproept.

Terwijl ik Indo-zijn altijd als iets heel leuks heb ervaren als kind. Ik kies ervoor om die positieve herinneringen uit mijn jeugd te onthouden. Die zoektocht is met vallen en opstaan gegaan. Ik heb antwoorden en zou bepaalde zaken liever anders zien, maar met de negatieve emoties die daarbij komen, kan ik niks.

Ik wil een gezin stichten, dus ga ik er op hameren dat ik mijn kinderen niet met het trauma belast. Een positief project als dit, waarbij de concentratie Indonesisch bloed niet uitmaakt, vind ik verfrissender dan de sfeer die ik gewend ben thuis.

Ik ben in een witte wijk opgegroeid. Dan ga je met verjaardagen naar bruine mensen, dan vlieg je de oceaan over naar familie die nog bruiner is. Die gefragmenteerde herinneringen, dat mag samen komen en die zoektocht is er niet meer. Een stukje acceptatie misschien.

Bewust kiezen om positieve herinneringen te omarmen, misschien is dat wel zo, maar met negativiteit kom je niet verder.

Bewust kiezen om positieve herinneringen te omarmen, misschien is dat wel zo, maar met negativiteit kom je niet verder.

Weet je wat het allergekste is. Ik was me aan het voorbereiden op dit interview. Ik zag veel filmpjes en al die mensen hadden fantastische herinneringen. Ik dacht bij mezelf, dat heb ik helemaal niet, moet ik dan wel gaan? Er stond een zinnetje: ‘Ook al ben je 1/8 Indo of heel weinig Indonesisch, hoe werkt dat door? Wie bepaalt wat identiteit is?’

Mijn moeder staat op de website van ‘het gebaar’, haar naam staat onderaan als één van de betrokkenen. Dat vind ik fantastisch voor haar. Dat ze haar trauma even heeft kunnen laten en bij iets positiefs betrokken is geweest. Dat is letterlijk het pad van mijn moeder wat ik nu online zie, dat koppel ik dan aan jouw verhaal met de inhoudelijke benadering van ‘wat is Indo-zijn?’.

Éen keer in de tien of twintig jaar kom je op zo’n punt en dan denk ik; misschien is dit zo’n full circle moment of één zo’n eikpunt in je leven. En dan denk je, dit is mijn pad en dat is mooi om vast te leggen.

Dit interview is onderdeel van het Twijfelindo Project en Boek 2015/2016. Het boek is vorig jaar uitverkocht en de 2de druk zijn er nog een paar beschikbaar. Bestel het laatste exemplaar van de gelimiteerde oplage hier of doe een donatie aan het huidige Crowdfunding project .

Wil je zelf ook meedoen in 2019? Klik hier

By |2018-12-20T00:52:11+00:00december 20th, 2018|Blog|0 Comments

About the Author:

Wilhelmina Beckman-Lapre een Indische vrouw, want haar overgroot oma was een inheemse geboren in voormalig Nederlands-Indië getrouwd met erkende Indo Joram Ello. Zij kregen 5 kinderen waaronder mijn vader Frederick Willem Ello (Yogdjakarta) een opgeleide timmerman die verliefd is geworden op een Indonesische vrouw van het eiland van oorsprong van mijn opa. (West-Timor,Rote). Op 28 jarige leeftijd is hij pas naar Nederland gekomen in '72 en later mijn moeder. Mijn Indische familiegeschiedenis is een moeilijk te achterhalen verhaal, maar met familieverhalen van andere Indo's blijf ik mijn roots ontdekken.

Leave A Comment