De muren waren gedecoreerd met geschenken, foto’s en tekeningen van de kleinkinderen, zodat het behang niet meer te zien was. Alles bewaren! – Michael Benjaminsz

Dit interview is onderdeel van het Twijfelindo Project en Boek 2015/2016. Het boek is vorig jaar uitverkocht en de 2de druk zijn er nog een paar beschikbaar. Bestel het laatste exemplaar van de gelimiteerde oplage hier of doe een donatie aan het huidige Crowdfunding project .

Wil je zelf ook meedoen in 2019? Klik hier

(33) Beroep: Werkzaam bij bedrijf dat plantenvoe- ding produceert, muzikant, muziekproducent.

Toen je hoorde over dit ‘Twijfelindo-project’ wat was toen je eerste gedachte?
De naam vond ik heel grappig, ik kende hem ook niet, dus ik ben me erin gaan verdiepen om te ach- terhalen wat het precies is. Toen ik erachter kwam dat het om crowdfunding ging, was ik zeer geïnte- resseerd, want er komen leuke projecten uit crowd- funding voort. Ik denk dat ik in het pro el pas las wat met Twijfelindo bedoeld wordt, en heb ik me ervoor aangemeld. Ik vind het project, met name het boek, ook nodig om deze generatie een beetje ‘in the picture’ te houden, dat het nog bestaat.

Waar denken mensen meestal dat je vandaan komt?
Ze hebben geen idee, als ze iets noemen is het iets Arabisch of mediterraans. Aan Indisch wordt bijna nooit gedacht.

Wat zeg je zelf meestal op die vraag?

Nederlands, maar dat mijn vader in Indonesië is geboren.

Hoe Indisch ben je?

Mijn pa komt van Makassar, Sulawesi. Zijn ouders waren ook niet 100% Indonesisch, ik kan niet exact aangeven hoeveel procent Indisch ik ben. Mijn vader is wel Indonesisch getint.

Heb jij je grootouders nog gekend?

Mijn opa overleed toen ik drie was, en mijn oma toen ik tweeëntwintig was.

Vertelde je oma wel eens over Indië?

Nee, eigenlijk niet, maar dat kwam meer doordat opa trauma’s had en zweeg over de periode tijdens en na de oorlog in Indië. Mede door familieom- standigheden zijn ze in 1950 vertrokken. Opa hee ooit een keer verhalen over de oorlog verteld tegen oom Diederick, en daar is het bij gebleven. Ge- lukkig weet oom Diek ze nog na te vertellen. Mijn

90

oma was een mens met een enorm hart, iedereen hield van haar en zij hield van iedereen. Altijd voldoende makan makan in huis voor het geval er bezoek langskwam, want bezoek kreeg oma elke dag genoeg! De muren waren gedecoreerd met geschenken, foto’s en tekeningen van de kleinkin- deren, zodat het behang niet meer te zien was. Alles bewaren!

Ben je al een keer naar Indonesië geweest?

Ja, in 2012 samen met mijn vader. Het voelde als thuiskomen, onze familie verwelkomde ons zo warm, bij de ontmoeting voelde het meteen goed, en het land is mooi. Ik heb nog steeds heimwee. Pelan pelan is daar zo eerlijk, dat het een klap was dat je na landing in Nederland weer constant op de klok keek en tijd ineens weer zo belangrijk was. Dan voelt Nederland ineens als zo’n stressland, en dat heb ik daar in Indonesië geen enkel moment gevoeld.

Hoe heb je jouw Indische achtergrond vroeger op school ervaren?
Ik heb me als kind niet echt Indisch gevoeld, ik
was gewoon Nederlander zoals mijn andere klas- genoten. Ik merkte dat ik door mijn zwarte haren en minimale tint wel vaak werd gezien als een buitenlander, in sommige situaties werd ik door grote mensen gezien als een van die ‘kut-buitenlan- ders’, en ook zo behandeld. Maar mij echt Indisch voelen is denk ik pas begonnen na de vakantie van 2012, toen het in mij is gaan leven en mijn interesse enorm is gegroeid. Ik wist wel dat het in me zat, maar ik had er nooit echt interesse voor.

Hoe is het dan gekomen dat je naar Indonesië bent gegaan?
Het was de wens van mijn vader om nog een keer terug te gaan. Na hun vertrek in 1950 is hij nog teruggegaan met mijn moeder. Hij wilde later nog een keer, maar het kwam er maar niet van, en toen heb ik gezegd: ‘Ha pa, ik boek een retourtje Indone- sië, ga je mee of niet?’ Wat het antwoord was hoef ik niet uit te leggen. Met z’n tweeën hebben we een

reis gemaakt door Java en Sulawesi, daar hebben we familie bezocht en de toeristische plekken ui- teraard.

Heb je iets tastbaars dat jou verbindt met het Indisch-zijn?
Spullen van mijn opa en oma, een wayang en mijn bloed.

Verdwijnt de Indische cultuur of is hij springle- vend?
Nee, ik wil niet zeggen dat hij springlevend is. Ik denk wel dat hij actief is, maar er is geen behoe e om het groot te maken. Het is goed dat het er is, omdat onze generatie echt geïntegreerd is vanuit onze geschiedenis. Wat betre Indonesië zelf: omdat onze opa’s en oma’s er weinig over vertelden, is het nu wel heel levend, maar alleen binnen de community. Ik vind het lastig te omschrijven. Ook het Indo-zijn, dat je iemand ontmoet met Indisch bloed en karaktertrekken van elkaar herkent, zo- lang dat kan is het simpelweg vermakelijk. Grapjes maken over Nederlanders (Blanda’s), gebeurt ook veel, ondanks dat ik zelf Nederlander ben, haha.

Hoe eet jij je rijst?

Met een lepel.

Wat is je lievelingsgerecht?

Nasi goreng en pisang goreng met keju en echte pindasaus, niet de pindasaus die ze hier kennen. Dat kunnen ze niet beter maken dan daar.

Wil je zelf nog wat kwijt?

Ik vind het heel belangrijk om veel te weten over de geschiedenis van je familie, dus ik zou iedereen wil- len oproepen om eens te onderzoeken waar je exact vandaan komt. Wat hebben je voorouders gedaan? Internet biedt genoeg bronnen om te achterhalen waar je vandaan komt, en of er misschien meer familie is in Nederland of elders. En weest trots

op de familie die je hebt, koester ze. Familie is het belangrijkste wat er is.

Dit interview is onderdeel van het Twijfelindo Project en Boek 2015/2016. Het boek is vorig jaar uitverkocht en de 2de druk zijn er nog een paar beschikbaar. Bestel het laatste exemplaar van de gelimiteerde oplage hier of doe een donatie aan het huidige Crowdfunding project .

Wil je zelf ook meedoen in 2019? Klik hier

 

 

By |2018-12-23T01:01:52+01:00december 23rd, 2018|Blog|0 Comments

About the Author:

Wilhelmina Beckman-Lapre een Indische vrouw, want haar overgroot oma was een inheemse geboren in voormalig Nederlands-Indië getrouwd met erkende Indo Joram Ello. Zij kregen 5 kinderen waaronder mijn vader Frederick Willem Ello (Yogdjakarta) een opgeleide timmerman die verliefd is geworden op een Indonesische vrouw van het eiland van oorsprong van mijn opa. (West-Timor,Rote). Op 28 jarige leeftijd is hij pas naar Nederland gekomen in '72 en later mijn moeder. Mijn Indische familiegeschiedenis is een moeilijk te achterhalen verhaal, maar met familieverhalen van andere Indo's blijf ik mijn roots ontdekken.

Leave A Comment